|
|

|
bewerking door: Ger W.H. Matthee en m.m.v. Rinus A. Kuijpers
|
|
Het doel van deze tekstuitgave is het beschikbaar stellen van de transcripties van de verschillende cijnsboeken ten behoeve van genealogisch-historisch onderzoek. Deze transcriptie is tot stand gekomen door onze gezamelijke interesse in genealogisch en historisch onderzoek. Digitaal fotograferen van een aantal delen cijnsregisters en stukken rechterlijk archief van Oosterhout berustende in het BHIC = het Brabants Historisch Centrum in ’s-Hertogenbosch en het RHCT = Regionaal Historisch Centrum Tilburg vormt voor ons een uitgangspunt om tot het omzetting naar leesbare teksten en indexen.
Dit eerste cijnsboek, is een liniaire transcriptie van een reeks transcripties die vanaf de eerste helft van de 15de eeuw bewaard zijn gebleven. De cijnsboeken dienden als schuld- en aantekenboek van raad en rentmeester generaal van de domeinen. Ieder jaar ging hij op vaste dagen de Baronie in om aan de hand van zijn cijnsboeken de cijnsposten in de dorpen te innen. Hij hield daarbij zowel aantekening van de betaling als van eigendomswisselingen. De betalingen werden met behulp van een jaarletter of een teken in de marge genoteerd. De namen van de nieuwe eigenaren werden boven de originele inschrijving geschreven. Als het cijnsboek op die manier volraakte, werd het vernieuwd. Daarbij werden niet alleen de namen van de nieuwe eigenaren overgenomen, maar ook die soms verkort van de oude eigenaren. Op die manier vormen de cijnsboeken een belangrijke bron voor zowel historisch als genealogisch onderzoek. De posten laten zich over het algemeen van boven naar beneden, terug in de tijd lezen.
Dit eerste cijnsboek werd door mij in 2004 getranscribeerd. De heer Rinus A. Kuijpers heeft in 2005 een eerste controle van deze tekstuitgave uitgevoerd. De heer Henk Muntjewerff heeft mij diverse adviezen gegeven met betrekking tot de werkwijzen en methodiek van het transcriberen en heeft daarop een tweede correctie uitgevoerd ten aanzien van de normalisatie. De eindredactie van de tekstuitgave en het gereed maken voor publicatie was in handen van Ger W.H. Matthee. Ik dank allen de medewerkers hartelijk voor hun medewerking aan de totstandkoming van dit eerste deel.
de samensteller © Ger W.H. Matthee Breda, mei 2006
|
|
|
|
Dit cijnsboek is uitgevoerd in een perkamente kaft en bevindt zich in een tamelijk goede conditie in het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) te ‘s-Hertogenbosch. Dit cijnsboek is aangelegd, opnieuw overgenomen “vernuwt” in het jaar 1506 van een al ouder bestaand cijnsboek “dat wairt over gescreven, in dit niwe boeck, alsoet uit oude boeck gescreven stont” uit of vóór het jaar 1435. Volgens Christ Buiks starten de oudste Oosterhoutse cijnsen in 1435 en eindigen in 1524.
In dit cijnsboek bevonden zich twee losse vellen, namelijk losse delen van een index. Wij hebben het vermoeden dat deze niet in dit cijnsboek thuishoren. De reden hiervoor is dat de familienamen in deze index, veel later (1624) voorkomen.
|
|
Gebruik van bijzondere tekens in de tekstuitgave:
[tekst]tussen vierkante haken een reconstructie van de tekst die in het origineel niet of slecht leesbaar was, met punten is eventueel het aantal letters aangegeven. Bij namen gaat het meestal om een keuze tussen n = u of: v = n of: v = r.(tekst)tussen ronde haken staat een aanvulling van tekstgedeelten die niet in het origineel staan.(14)Voor een goed begrip zijn de in de tekst voorkomende romeinse jaartallen in arabische cijfers omgezet en toegevoegd: (1469).[***]vierkante haken met drie sterren betekent dat een onbekende tekstlengte is weggevallen, verbleekt of anderszins onleesbaar is.{tekst}tussen accolades staat tekst die in het origineel is doorgestreept of doorgehaaldtekstonderstreepte tekst is in het origineel eveneens onderstreept.(i.m.)in margine, tekst in de kantlijn. / na dit symbool volgt in een ander handschrift een latere aanvulling.+ na het plusteken volgt later toegevoegde tekst, die niet in het chronologisch volgende cijnsregister staat geschreven.tekstklein gezette tekst omvat alle na de oorsponkelijke schrijfhand bijgeschreven tekst.
|
|
Dit chijsboeck, waert vernuwt ende verclaert, met eenen gehode kerken, int jair XXXV(1435) in die maent van september, by kercke ende neven genedigde joncher, ende in tegewoordicheyt daer gehad van elken gehad ende so was biden gebueren selve, met verclairt en wairen, dat wairt overgescreven, in dit nuwe boeck, alsoet uit oude boeck gescreven stont.
|
|
|
|
|
|
 |
Richtlijnen voor het uitgeven van historische bescheiden (Den Haag: NHG, 1988).
|
 |
Van Turnhoutervoorde tot Strienemonde, ontginnings- en nederzettingsgeschiedenis van het noordwesten van het Maas-Schelde-Demergebied (400-1350) (Zutphen, K.A.H.W. Leenders 1996).
|
 |
Lezen in Brabantse bronnen, Begrippenapparaat bij Brabants oud-schrift (Den Bosch, BRG, 1988).
|
 |
Hoenen en kapoenen, Gids van cijnsregisters betreffende Noord-Brabant, 14de-20ste eeuw (’s-Hertogenboch,Yvonne J.A.Welings, C.J.M. van der Heijden, J.G.M. Sanders, 2000).
|
 |
Oude familienamen in de Baronie, Publicatiereeks Gemeenteachief studies 9. 1994 (Breda, ir. Chr. Buiks)
|
 |
Streefland, A.A. Tempeliers in Brabant; de commanderij Ter Bake bij Alphen Bron: 33 (1980) pag: 141-166
|
 |
Tevens werd dankbaar gebruik gemaakt van de adviezen van Christ Buiks, Henk Muntjewerff en Donald Scherpenzeel.
|
|
|
|
 |
 |
 |
|