Schuldbekentenis Hedel 1703
Veerloon Hedel 1727
Transportakte Hedel 1732
Verkoop huis Bokhoven 1739
Lage Omslag Puttershoek 1734
Lage Omslag Puttershoek 1735
Hoge Omslag Strijen 1735
Hoge Omslag Strijen 1736
Hoge Omslag Strijen 1737
Overdracht huis 1688
Gaardersboek
patronimicum
transcriptie
procuratiehouder
naastingsrecht
voluntaire jurisdictie
servituten
rendant
hont
neerhuis
maanden
Aartsbisschoppelijk archief
Cornelis Jonghmans
Hubertus Bijnen x Joanna Verhoeven
Van Engelen x Cosijns
mr. Johan Hermen Hallincg
Bokhoven & Hedel
Beerse & Vosselaar
Hertingsvelt
onderzoek Rustenburg
Borrebach
Weenings
Hasselman
Dorpshuis Strijen
Deckers
van Slingerland
Godefroy van der Poll
Wielwijck
Pieter Jacques van Heijdenreijck
Heijdenreijck

Simon van Slingelandt (1664 - 1736)

Simon stamde uit een oude Dordtse regentenfamilie. Zijn grootvader (1623-1690) was als eerste ook tot belangrijke functies buiten zijn geboortestad gekomen, dankzij zijn vriendschap (en verwantschap) met Johan de Witt, ook afkomstig uit een Dordts regentengeslacht. Toen deze raadpensionaris in 1653 raadpensionaris werd, zorgde hij ervoor dat Govert van Slingelandt hem opvolgde als pensionaris van Dordrecht; hij maakte veel gebruik van diens diensten en bezorgde hem in 1664 tenslotte de invloedrijke post van secretaris van de Raad van State. Govert wist dit ambt na de wisseling van de macht in 1672 (na de moorde op de De Witten) te behouden; bij zin dood in 1690 volgde zijn zoon Simon hem daarin op.

Ook Simons moeder, Arnoudina van Beaumont, kwam uit een aanzienlijke Dordtse familie. Haar broer Simon vervulde eveneens belangrijke functies in de Republiek en was onder andere griffier van de Staten van Holland. Hij heeft zijn neef Simon van Slingelandt, die waarschijnlijk naar hem is vernoemd, ongetwijfeld ook in staatszaken ingewijd.

Evenals zijn vader studeerde Simon rechten in Leiden; hij promoveerde er echter niet. Het doctoraat in de rechten verwierf hij op 28 september 1684 aan de Universiteit van Orléans, tegelijk met zijn iets jongere broer Govert; op diezelfde dag lieten beiden zich inschrijven als lid van de Germaanse Natie (van de universiteit). Het is de vraag of de broers daar langer dan een paar dagen zijn geweest. Het was - zeker tot de herroeping van het Edict van Nantes - zeer gebruikelijk voor Nederlandse rechtenstudenten om voor een promotie (of een ander doel) naar Orléans te gaan, al dan niet als onderdeel van de 'Grand Tour'. Wellicht hebben de gebroeders Van Slingelandt ook een dergelijke educatie-reis gemaakt; in ieder geval laten zij zich pas in juli 1685 als advocaat bij het Hof van Holland beëdigen, de volgende stap in een juristencarrière.

Om nog even bij de familieverwantschappen te blijven: zijn zuster Elisabeth trouwde in 1693 met François Fagel (1659-1746), die van 1690 tot zijn dood griffier van de Staten-Generaal was. Dit ambt was niet alleen ook door zijn vader vervuld, maar ook (gedurende korte tijd) door zijn Caspar Fagel, geen ander dan de bekende raadpensionaris (de opvolger van Johan de Witt, vriend van Slingelandt senior). Familie- en vriendschapsrelaties waren voor de jonge Simon rijkelijk voorhanden! Zijn reeds genoemde jongere broer en studiegezet Govert bracht het niet verder dan raadsheer in het Hof van Holland; hij stierf een jaar na zijn benoeming, in 1703. Van hem stammen de thans nog levende adellijke Van Slingelandts af. De titel baron verwierf Govert, samen met een oudere halfbroer, kort voor zijn dood van de keizer van het (Duitse) Heilige Roomse Rijk in Wenen. Simon heeft, om begrijpelijke redenen, aan deze titeljagerij niet meegedaan. Zijn tak is overigens in de mannelijke lijn bij de tweede generatie uitgestorven.

Het ambt van secretaris van de Raad van State, zo jong verkregen, heeft hij langer bekleed dan hem lief was. In 1699 probeerde hij tevergeefs thesaurier-generaal te worden en in 1720 - toen het voor de hand lag dat hij, na de dood van Heinsius, raadpensionaris zou worden - werd hij gepasseerd. Intussen had hij een belangrijke rol gespeeld bij de zogenoemde Tweede Grote Vergadering van de Verenigde Provinciën in 1716-1717, waar over de hervormingen van de Staat zou worden gehandeld. Hij stelde de twee uitstekende prae-adviezen op die de Raad van State daarover uitbracht; daarin werd onder andere een versterking van de macht van dit centrale orgaan bij uitstek bepleit. De provincies verkozen echter de bestaande toestand te handhaven. (Voor deze vergadering schijnt voor het eerst een bekend rijmpje te zijn gebruikt: 'De heren dronken een glas, deden een plas en lieten de zaak zoals zij was.')

Ten slotte werd hij in 1727 tot raadpensionaris gekozen. Hij heeft daarvoor wel moeten beloven dat hij van hervorming van het staatsbestel zou afzien; op dat gebied heeft hij dan ook weinig kunnen bereiken. Hij werd in het binnenland vooral geconfronteerd met het probleem van het herstel van het stadhouderschap. Hij hielp de Prins van Oranje (de Friese en Groningse stadhouder Johan Willem Friso, verre neef en erfgenaam van Willem III) wel in verschillende persoonlijke zaken en hij was zelfs voorstander van diens bevordering het kapitein-generaal van de Unie. Maar voor het stadhouderschap in Holland wilde hij hem toch niet steunen. Wat de buitenlandse politiek betreft, boekte hij belangrijke successen. Zo wist hij het Verdrag van Wenen van 1732 tussen Engeland en Oostenrijk (waarbij de Republiek zich aansloot) en daarbij te bereiken dat de Compagnie vcan Oostende, die de Republiek in de koloniale handel zou kunne beconcurreren, werd opgeheven. Hij hield ons land buiten de Poolse Successie-oorlog en bemiddelde bij het sluiten van vrede tussen Frankrijk en Oostenrijk.

Simon van Slingelandt was ongetwijfeld in vele opzichten een man die in zijn tijd boven de gewone maat uitsteeg.

Auteur: R. Feenstra