|
|

|
|
|
Rooms-katholieke parochie van de Heilige Bonifatius
|
|
|
|
De katholieken in Nederland die het met bepaalde ontwikkelingen niet eens waren, stichtten overal in het land nieuwe gemeenten. In Dordrecht was het de vurige katholiek Hubert Borret († 1751), een Luiks wijnkoper en bankier en sedert 1681 (1) als grossier in Dordrecht gevestigd, die zich inspande om een geestelijke naar de stad te krijgen en er een kerk te stichten. In mei 1711 werd een pastoor toegelaten, maar zodra het stadsbestuur vernam dat deze een ordegeestelijke was, weigerde het elke verdere medewerking. Omstreeks deze tijd werden dus de eerste stappen genomen tot de oprichting van een nieuwe Rooms-katholieke gemeente (2). Voetnoten: 1: GAD: Nederlands patriciaat, 1963, pagina 86; archiefnummer 11, inventarisnummer 84, 23 december 1681 en archiefnummer 3, inventarisnummer 1975, pagina 13 2: GAD: Archiefnummer 11, inventarisnummer 80, begint in 1712
|
|
Ondanks vele moeilijkheden werden samenkomsten gehouden in het kapitale woonhuis van Borret op de hoek van de Kuipershaven en de Schrijversstraat (1) onder leiding van van buiten de stad afkomstige geestelijken. Voetnoot 1: GAD: Het pand Kuipershaven 41 werd onlangs gerestaureerd
|
 |
|
|
|
|
Later werd een pakhuis van Borret op de plaats van de huidige pastorie aan de Kuipershaven als kerk ingericht. In 1717 gelukte het Borret de geestelijke Leonardus Vinquedes in de stad te krijgen. Sedert die tijd nam het aantal katholieken, hoofdzakelijk bestaande uit van Brabant afkomstige blekers en blekersknechten, weer toe en weldra bleken ze de oud-katholieken te overtreffen. Hubert Borret, die als stichter mag worden beschouwd van de huidige Rooms-katholieke kerk in Dordrecht, overleed in juni 1730 (2) 2: GAD: Archiefnummer 11, inventarisnummer 50
|
|
|
|
Ook al was de verdraagzaamheid tegenover de roomsen in de 18e eeuw groeiende, toch ondervonden zij aanvankelijk nog veel hinder van het met de oud-katholieken sympathiserende stadsbestuur. Ook de Hervormde Kerkeraad ging nog steeds door met het uiten van klachten, zoals bijvoorbeeld in 1725. Er zou toen een ordegeestelijke zijn en in strijd met de resolutie van 1651 een supranumeraire kerk, de leden gedroegen zich provocerend, meer dan de helft van de militairen was katholiek, evenals vele personen in openbare ambten (1). Het stadsbestuur gaf echter in het algemeen aan de wensen van de Kerkeraad geen gevolg. De Staten van Holland maakten zich evenwel drukker om de katholieken dan de stedelijke overheid. Reeds in 1728 en 1730 hadden zij brieven gezonden tegen de aanwas van het pausdom, in 1734 zonden zij een brief (2) wederom in het bezit te zullen komen van de kerken. Voetnoten: 1: GAD: Archiefnummer 27, inventarisnummer 21, Grote vergadering van 14 juni 1725, artikel 3 2: GAD: Archiefnummer, inventarisnummer 1975, na pagina 31 T> wegens geruchten onder de roomsgezinden verspreid om op Sint-Jansdag 24 juni
Op 22 juni besloot de Oudraad maatregelen te nemen (1), maar er gebeurde uiteraard niets. In het Roomsch acteboeck lopende van 1730 tot 1793 vinden we ondertekende verklaringen van zowel oud- als rooms-katholieke geestelijke, waarin zij beloofden een afkeer te hebben van de macht van de kerkelijke overheden om onderdanen wegens ketterij te vervolgen, gehoorzaam aan de burgerlijke overheid te zijn, de plakkaten van de Staten van Holland 21 september 1730 te eerbiedigen en geen gelden te zullen schenken aan buitenlandse kerkelijke instellingen.
Van 1737 tot 1739 slaagde men dankzij vele giften (1) erin een kerk te bouwen. Aan de Kuipershaven werden twee pakhuizen naast brouwerij 'De zwaan' verbouwd en als kerkgebouw ingericht. Voetnoot 1: GAD: Archiefnummer 11, inventarisnummer 80, pagina 265-267
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
|