Ordonnantie op het veerloon Hedel
RAA: Rekenkamer van Gelderland inv.nr. 3474, 1035/1040 of 5437, bijlage, inv. Ingezonden stukken, Goederen. Ordonnantie op het veerloon 11 november 1727 ___________
Ordonnantie gemaakt op het op het veerloon van de Baronije Hedel, na dewelke een ider sig sal hebben te reguleren.
Den pagter sal van ideren wagen, die hij met hoij, koorn, brandhout als anders geladen of ongeladen overvaert, toehoorende aen inwoonders van dese Baronije voor veerloon ontfangen drie stuijvers en van ideren vreemden wagen telkens vier stuijvers. Item van vreemde koets oft vragtwagens met twee of drie ruijn of mirrie paerden ses stuijvers, dogh hengst paerden sijden agt stuijvers, d’in en opsittende personen daer onder begrepen. Insgelijx van de vreemde carren daer een of twee hengsten voor sijn agt st(uijver)s en meer na advenant, van een kares of koetse die met twee paerden gereeden word, sullend’ inwoonders alhier betalen aght st(uijver)s met vier paerden 12 st(uijver)s met ses paerden 16 st(uijver)s enden vreemden 16 st(uijver)s, 24 st(uijver)s, 32 st(uijver)s daer onder d’ín en opsittende persoonen begrepen. Den pagter sal van de inwoonders van een chaise met een paerd ontfangen vier st(uijver)s en met twee paerden ses st(uijver)s van vreemden 6 st(uijver)s en 12 st(uijver)s hier in d’op sittende personen begrepen. Van een gesadelt peerd van de inwoonende twee st(uijver)s en van de vreemde drie stuijvers, van een ongesadelt paerd den in woonenden gehoorende sal den pagter ontfangen twee st(uijver)s, van een grooten os een koe of andere groote beesten eene st(uijve)r vier penningen het stuk, van andere kleijne na advenant, dog van de vreemde twee stuijvers, van een schaap den inwoonderen gehorende sal betaelen vier penningen van een groot vercken agt penningen dogh de vreemde dubbelt, en sal men den pagter van de beesten als voor due hij met de veerschuijt overvoert, niet mee betalen als in de veerpondt, bij extraordinaire hoogwater, sal den pagter sulx aen haer Ed. Mog. rentmeester bekent maken en versoeken sijn veerloon de helft te mogen verhoogen, ider inwoonder sal voor veerloon in’t overvaren betalen vier penningen ten waere bij hoogt water dubbert, Ider vreemdeling sal voor’t overvaeren betalen agt penningen ten waere bij hoog water, storm of onweder dubbelt dog de decisie hier over sal staen aen haer Ed. mog. Rentmeester. Bij tijde van ijsgank sal ider een gehouden sijn te betalen na gelegentheijt van den tijd en ’t weer. Den pagter sal des morgens als de markt schuijt afvaert van ijder vreemde passagier ontfangen vier penningen, Denselven sal insgelijx van den vreemde passagiers, die met de beurtschippers of beurtschuijten afvaren van ijder persoon ontfangen aght penningen. Ende op dat deese ordonnantie in alles nagecomen mag werden, sullen partijen haer konne adresseren aen haer Ed. mog. rentmeester die na verhoor van saaken, sodanigh sal oorderen als tot mainetien van dese ordonnantie en haer Ed. mog. hoog en geregtigheijt sal billijk vinden ten eijnde een ider goed gerief voor het gesette loon wedervare, en den pagter in sijne geregtigheijt gemainctineert word, den pagter of ijmand anders contrarie dese ordonnantie doende, sullen aenstonds verbreuken drie gulden, welke sonder conniventie ’t elkens sal worden betaalt behoudende haer Ed. mog. aen sig de magt dese ordonnantie sodanig te veranderen, vermeerderen of verminderen, als nodigh sullen agten te behoren actum den 11e november 1727.
|