Matthee (2)

Fragment genealogie bijgewerkt op: 03-03-2007
___________

I. a. Johan van der STEEN, dijkgraaf van Moerkerken (1624, 1664), zetel in dijkcollege 't Zomerland (1639), geboren ca. 1585, overleden na 1664.
Informatie:
In 1635 werd Johan van den Steen, die toen in Dordrecht woonde, eigenaar van de grond waarop hij een paar jaar later de boerderij 'Rustenburg' liet bouwen en waar hij toen ook zelf ging wonen. Hij was naast dijkgraaf van het Oostzomerland, ook dijkgraaf van Moerkerken en fungeerde in die kwaliteit van 1624 tot 1630 als ambachtsheer van de ene helft van de heerlijkheid Puttershoek, welke helft in die tijd in eigendom toebehoorde aan de gezamelijke Ingelanden van Moerkerken.

5. Akte van belening door de Staten van Holland aan Johan van der Steen als dijkgraaf van Moerkerken van de halve heerlijkheid, 1624.
22. Notariële akte waarbij Johan van der Steen gemachtigd wordt namens het Hoogheemraadschap van Moerkerken op te treden voor de leenkamer van Holland in verband met de belening aan Pieter Boelen, (1630) (afschrift).
24. Akte van de leenkamer van Santhoven waarbij door M. Tseraerts, Johan van der Steen gemachtigd wordt om namens hem op te treden bij de verkoop van de halve heerlijkheid, 1639.
25. Onderhandse akte waarbij door Pieter Boelen de hem toekomende plaats in het dijkcollege van het Zomerland aan Johan van der Steen wordt gegeven, 1639 (afschrift).
68. Akte van belening door Johan van der Steen aan Maarten Cornelisz. de Post van een stuk land van 132 roeden, 1629 (afschrift).
82. Akte waarbij door Johan van der Steen aan Joris Geritsz. in erfpacht wordt gegeven een stuk land van 46 roeden, 1629.
83. Akte waarbij door Johan van der Steen aan Lenaert Jacobsz. in erfpacht wordt gegeven een stuk land van tien roeden en zes voeten, 1629.
84. Onderhandse akte waarbij door Johan van der Steen aan Willem Jansz. Coeiman in erfpacht wordt gegeven een stuk land van 70 roeden, 1629 (afschrift).
 
I. b. Machteld van der STEEN, suster van Johan van der Steen 1664  
I. c. Emmanuel van der STEEN, geboren rond 1585, overleden na 1650
Gehuwd met Maria van SLINGERLANDT, overleden in 1700.
Informatie: Onderhandse akte waarbij door de schout en heemraden verklaard wordt dat Emanuel van den Steen is gemachtigd tot de betaling van een losrente aan de Staten van Holland rustende op een deel van de polder Nieuw Bonaventura, 1611.
Gehuwd rond 1645. (zie verder)
 


  II. a. Maria Johanna van der STEEN, eigenaresse van de Hofstede "De Rustenburg" te Puttershoek 1709-1732, geboren rond 1650, overleden 1731.
Gehuwd ca. 1684 met Pieter-Jacques van HEYDENREYCK, ridder, raadheer in de Hoge Raad of Grote Spaanse Raad van Mechelen (09-07-1690), licentie in de Rechten, advocaat Grote Raad van Mechelen, gedoopt ca. 1640 te Hedel, overleden op 19-09-1711 te Dordecht, begraven op 19-09-1711 te Mechelen (B), in familiegraf te St. Jan te Mechelen, overleden voor 1685.
Mw. Heydenreyck doet aangifte van het overlijden d.d. 17-07-1723 van 't kind van de tuinman van mevr. Heijdenreijck genaamd Heijndrick van Gastel door Reijgie Cornelisse die ondertekent met een kruis. Pro Deo.
(Bron: SMHW: Gaardersboek van Puttershoek 1723)  

 
II. b. Maria van der STEEN geboren rond 1670 overleden 22-11-1745. Gehuwd op 17-12-1695 met Johan OEM van MOEZENBROEK, geboren ca. 1660 en overleden 21-05-1701 te Dordrecht. Uit dit huwelijk:
1. Maria, geboren op 02-02-1724. Zij is jong overleden.
2. Eleonora Johanna, geboren op 12-04-1725, overleden circa 1742 te Haarlem.
3. Elizabeth Maria Cornelia, geboren op 08-02-1727, overleden op 18-03-1785 te Overveen. Vrouwe van Moessenbroek.
Gehuwd op 13-09-1746 met Jacob Theodor ROEST van ALKEMADE, geboren op 25-07-1717, overleden op 05-07-1767 te Overveen. Baron van Alkemade. Uit dit huwelijk zeven kinderen. 
  II. c. Isabella Maria van der STEEN geboren rond 1670, ongehuwd.
Informatie: (Bron: SAVPR: Streekarchief Voorne-Putten-Rozenburg, Notariële archieven, inventarisnr. 1063, procuratie 11/01/1740)  
Informatie: Onderhandse akte waarbij door de ambachtsheer de bode opgedragen wordt Catharina van de Steen aan te zeggen haar leen, de visserij in Nieuw Bonaventura, te verheffen op straffe van verval aan de heer, 1695, met bijlagen. Akte inv.nr. U100a30, aktenr. 80, d.d. 18-03-1725
Aktesoort: Procuratie
Notaris: J. A. BECKER, UTRECHT
Uittreksel:
Naam eerste partij: Johan Jacob van Heemskerck
Woonplaats eerste partij: Utrecht
Naam tweede partij: Catharina Maria van der Steen
Woonplaats tweede partij: Dordrecht
Samenvatting inhoud akte: tot het invorderen van achterstallige erfpachten in: Heinenoord
 
II. d. Catharina Maria van der STEEN. [Catharina Francisca] Geboren rond 1670. Gehuwd voor 1695 met Petrus de Provens [ged. Roermond 13-8-1667]. (op basis van Gendalim 5, verder onderzoek nodig)
Uit dit huwelijk:
1. Ludovicus Gerardus Josephus de Provens, ged. Roermond 22-2-1695 (get. Guilielmus Godefridus van den Bocholt en Anna Petronella Driessens).
2. Ludovicus Wilhemus Josephus Provents, ged. Roermond 22-7-1696 (get. Tilmannus Winckel, griffier, en Isabella van den Steen).
3. Joannes Franciscus de Provens, ged. Roermond 25-1-1698 (get. Joannes de Wincquen / Cornelius van den Steen, en Helena Clara de Provens).
4. Isabella Clara de Provens, ged. Roermond 13-3-1699 (get. Petrus Creijardts, advocaat van de Grote Raad te Mechelen, vervangen door Cornelius van der Steen, en Helena Clara de Provens; dr. van Petrus x Catharina van der Steen), begr. ald. 22-4-1790.
5. Maria Anna Joseph de Provens, ged. Roermond 10-10-1700 (get. Petrus Ignatius Tilmanus Winckel en Isabella Anna van Coeuwsvelt genaamd Winckel).
6. Joannes Josephus de Provans, ged. Roermond 6-3-1702 (get. Petrus Ignatius de Winckel, ontvanger / Tilmannus Winckel, griffier, en Maria Anna Joseph Mattecla).
7. Helena Joseph de Provens, ged. Roermond 6-3-1703 (get. Theodorus Gerardus van den Steen, J.U.L. / Cornelius van den Steen, en Gertrudis Winckel).
8. Maria Anna Elisabetha de Provence, ged. Roermond 25-7-1704 (get. Bartholomaeus van Wittenhorst, postmeester, en Anna Elisabeth Lom), begr. ald. 16-4-1793.
9. Helena Clara Theresia de Provence, ged. Roermond 13-8-1705 (get. Gerardus Winckels, ontvanger in Navagne / Tilmanus Winckels, en Maria van den Steen / Joanna Margarita van den Steen).
10. Maria Elisabetha de Provence, ged. Roermond 8-9-1706 (get. Henricus Theodorus Bistervelt en Elisabeth Lovius, weduwe Lap / Isabella van Coesvelt).
11. Wilmina Maria Magdalena de Provence, ged. Roermond 27-5-1708 (get. Wilhelmus van Bree, raadsheer / Wilhelmus Godefridus van den Steen en mevrouw Clops / Maria Anna Josepha Mattenclot geboren Wittenhorst).
12. Theresia Catharina Josepha de Provens, ged. Roermond 27-10-1709 (get. Henricus Theodorus Bistervelt, pastoor en deken, en Maria Anna de Wittenhorst, echtgenote van Mattenclot).
13. Ignatius Antonius Adrianus Josephus de Provens, ged. Roermond 3-9-1713 (get. Adrianus Gerardus graaf van Bocholtz / eerwaarde Cornelius van den Steen en prinses Henrica Christina van Brunwijck-Lüneburg).
Zie ook Genealogie De Provens in: Nederlandse Leeuw 1905, blz. 170. Bron: http://www.loegiesen.nl/1690-1699%20Loe%20Giesen.htm 
  II. e. Johan van der STEEN
Informatie: eigenaar van de Rustenburg 1635-1669. Wonende binnen Dordrecht (25-03-1708).
-
Johan Johanszoon van der Steen eigenaar van de Rustenburg 1669-1675.  
  Machtelt van der Steen  
  Cornelia van der Steen  
   


losstaande gegevens

Margaretha van der STEEN geboren rond 1600. Tr.(1) (kerk) 26-01-1625 te Puttershoek met Blasius Blasiuse VAN HAERLEM. Raad van Dordrecht 1642-1666, secretaris weeskamer 1650-1666 Dordrecht.
Informatie: Margaretha met attestatie naar Dordrecht d.d. 29-01-1625

Uit dit huwelijk:
1. Antonetta VAN HAARLEM.

Nadere toegang op inventarisnummer 1151 van toegang 110
Johannes Grinsven te Brielle machtigt zijn broer Antonie Grinsven wonend te 's-Hertogenbosch in al zijn belangen (voor 1/6 part) in de nalatenschap van zijn moeder Johanna van der Steen, weduwe van Arnoldus van der Steen, gewoond hebbende en onlangs overleden binnen de vrije Rijksgrafelijkheid Bouchoven. Getuigen Libertus van Bokkelen en Louis Thomas Asnon.
procuratie: 13/01/1783
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1151
notaris Adrianus Hubertus Honigh

Nadere toegang op inventarisnummer 1101 van toegang 110
Johannes van Grinsven wonende den Briel stelt dat zijn vader Arnoldus van Grinsven onlangs is overleden en zijn moeder Johanna van der Steen met haar overgebleven kinderen zal moeten delen. Hij machtigt zijn broer Anthonij van Grinsven wonende den Bosch om alles te regelen. Getuige Marinus Sandifort Jr.
procuratie: 04/08/1778
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1101
notaris Marinus Sandifort

Z.P. - Gehuwd: Petrus de Provens [ged. Roermond 13-8-1667] en Catharina van der Steen [Catharina Francisca]

1692 get. Godefridus van den Steen
1694 get. Margarita van den Steen
1696 get. Isabella van den Steen, Catharina Francisca van den Steen
1698 get. Cornelius van den Steen
1699 get. Petrus Creijardts, advocaat van de Grote Raad te Mechelen, vervangen door Cornelius van der Steen, en Helena Clara de Provens; dr. van Petrus x Catharina van der Steen
1703 get. Theodorus Gerardus van den Steen, J.U.L., Cornelius van den Steen
1705 get. Maria van den Steen, Joanna Margarita van den Steen
1708 get. Wilhelmus Godefridus van den Steen
1712 get. Cornelius van den Steen, kanunnik
1713 get. eerwaarde Cornelius van den Steen

Johannes van der Steen

Deze kandidaat was roomskatholiek en werd gesteund door de aartspriester en kapitteldeken Johannes van der Steen. Zij zinspeelden daarbij nadrukkelijk op de heerszucht van Van der Steen, die door het kapittel naar voren werd geschoven als mogelijk apostolisch vicaris voor Holland.
Johannes van der Steen leek in 1723,1732 en 1740 een goede kans te hebben als een dergelijk inlands bestuurder voor de roomskatholieken in Holland erkend te worden. De plannen werden telkens verijdeld door tegenstand in de Staten. Ze leidden ook tot verdeeldheid binnen de roomskatholieke gezindte. Men vreesde dat wanneer Holland een eigen bestuurder had, de andere provincies des te gemakkelijker onder de heerschappij van de Utrechtse bisschoppen van de clerezij zouden vallen. Ook de hiërarchische onderschikking van het bisdom Haarlem aan het aartsbisdom Utrecht in
de voorreformatorische periode zou tot uitgelokte competentiegeschillen tussen beide diocesen kunnen leiden, die de roomskatholieke zaak geen goed zouden doen. De clerezij was uiteraard fel gekant tegen de aanstelling van Van der Steen als kerkelijk bestuurder in Holland.45 De verwijten van heerszucht, door hun partij over hem geuit in de kwestie van de statie Palenstein, hebben ongetwijfeld betrekking op zijn kandidatuur.
45 Voor de wisselende kansen van Van der Steen: J .J . Graaf, 'Het aartspriesterschap van Johannes van der Steen', in: BBH, 20(1895), p. 1-45,221-283; 21(1896), p. 429-466; 23(1898), p. 161-203. Oak in Rome had men bezwaren tegen een inlands katholiek bestuurder, cf. Polman, Katholiek Nederland 2, p. 32-69 passim, vooral p. 32-35.