|
|

|
Fragment genealogie bijgewerkt op: 18-08-2007 (Nader onderzoek noodzakelijk.) ___________
De familienaam VAN HEIJDENREIJCK komt thans in Amsterdam en Noord-Holland nog voor. Het geslacht wat ik beschijf is afkomstig uit Gelderland en was een adelijke familie. Zij genoot veel aanzien en bekleedde belangrijke functies gedurende de 16e - 18de eeuw. Zij hebben zich vanuit Gelderland verspreid en hadden relaties met de volgende plaatsen Wouw, Gastel, Bergen op Zoom, Mechelen (B), Dordrecht, Bokhoven, Hedel en Driel.
|
 |
|
|
Ik sluit niet uit dat zij reeds voor 1600 uit Duitsland afkomstig zijn. Als ik de familiewapens van de Duitse families met die van de Nederlandse vergelijk zie ik enige gelijkenis. De heer Harald Heidenreich houd zich bezig met de voornamelijk de Duitse families. Enig verband is tot heden toe nog niet aangetoond.
Gedurende vele jaren heb ik mij zijdelings met deze familie bezig gehouden omdat Pieter Jacques Heijdenreijck een erg belangrijk sleutelfiguur was waarmee wij - 'de herkomst en ouders van Jan Matthee' - zouden kunnen bewijzen. Jan Matthee was gedurende vele jaren voor hem en zijn familie werkzaam en verhuisde net als deze familie regelmatig van woonplaats. Hij was namelijk last en orde hebbende en aangesteld als zaakgelastigde om vele zaken voor hun te regelen.
|
 |
|
|
Gevoerd door Jan Joseph Ferdinand en zijn zusters: In zilver twee dwarsbalken. Cp de bovenste dwarsbalk een staande dwarsbalk met aande rechterzijde daarvan een klimmende leeuw en aan de linkerzijde daarvan in het midden een kleine horizontale dwarsbalk. Aan de onderzijde van het schild een gebogen dwarsbalk verhoogd met een kruisje. Dwarsbalken en kruisje van keel (rood). Helm: niet gekroond. Dekkleden van zilver en keel. Helmteken: een uitkomende klimmende leeuw.
|
 |
|
|
In zilver een zwarte linker schuinbalk, vergezeld van boven en van onderen van een zwarte afgesneden linker schuinbalk, uitgaande van de bovenrand van de schildvoet. Helmteken: De afgesneden balk tussen een zilver-zwarte vlucht. Dekkleden: zilver en zwart. Schildhouders: Twee gehalsbande windhonden (soms twee leeuwen). Gevoerd door het Geldersche geslacht Heijdenrijck.
|
 |
|
|
Osseweijder, schepen van Driel (1621-1622) geboren ca. 1595. Was gehuwd op 01-11-1618? te Herwijnen? met Beatrix Janse van de Poll gedoopt te Hedel of Driel, dochter van Mericken Jan BARTHEENDR. Uit dit huwelijk:
|
|
Schepen in de Hoge Bank van Driel (1646), kapelmeester te Velddriel (1643-1650), rentmeester van de Markiezin van Bergen op Zoom 1652, 1666-1667, 1669, 1670, rentmeester Van Zollern 1657, 1662, 1663, 1667 (Wouw), 1663 en oud rentmeester 1671, drost van Standdaarbuiten, geboren ca. 1619/1620 vermoedelijk in Driel en overleden in juni 1679 (mogelijk te Bergen op Zoom). Zoon van Walraven Hermensz. Heijdenreijck en Beatrix Janse van de Poll. Opmerking: Vermoedelijk is Herman rond of na 1654 naar Wouw verhuisd omdat hij in 1657 de functie van rentmeester bij zu Zollern moest vervullen.
|
 |
|
|
Gehuwd (1) op 23-02-1647? te Hedel (RK) met vrouwe Joanna R(E)IJCKAERT(S)/RICART, Gehuwd (2) voor 07-02-1675 (echtscheiding 05-10-1680) met Anna Maria van GERWEN. Overleden Hedel 01-03-1694, weduwe van Marcelis van de Poll, drossaard van Hedel.
|
|
|
1.
|
Wolravius (Walter) van HEIJDENREIJCK, mr. der beide rechten licentiaet, schepen van Bokhoven 1698, gedoopt (RK) op 20-04-1642? te Hedel (getuige(n): Joannes van den Poll loco Balduini van der Velden en Elisabeth van der Haegen uxor consiliarii Rijckaert Bruxeliensis (echtgenote v/d Brusselse raadsheer Rijckaert)), overleden Bokhoven 23-08-1720.
|
|
2.
|
Gisberta Catharina van HEIJDENREIJCK, geboren te Driel, gedoopt (RK) op 31-03-1647 te Bokhoven (getuige(n): heer Jacobus Rijckaert en Beertjen Heijdenrijck van Driel).
|
|
jouffrouw Maria Anna van HEIJDENREIJCK, geestelijke dochter, geboren te Driel, gedoopt (RK) op 16-09-1648 te Bokhoven (getuige(n): heer Dierck Bern en Joffrouw Anna Cornelia de Rijck), begraven 28 januari 1703 te Mechelen in het koor van Sint-Jan. Opm.: Op 1 mei 1698 wordt te Hedel een boedel voor een bedrag van hondert een gulden en 12 stuijvers verkocht.
|
|
Emerentiana van HEIJDENREIJCK, geboren te Hedel ca. 1653, gedoopt (RK) te Bokhoven (getuige(n): Franciscus de Ruijter en Hendrica Louw, de vrouw van Van der Poll, drossaard in Hedel) religieuze Abdij Roosendael (2 sep 1674) Emerentiana Van Heydenwijck, 21 jaar*, geb te Heijdel, d. van Hermanus en Rijcquardt Joanna.
|
|
4.
|
Pieter-Jacques van HEIJDENREIJCK (zie verder 5.)
|
|
|
Opmerkingen over Emerantiana: François van der Jeught uit Mechelen deelt mede dat uit de ondervraging van 11 september 1674 blijkt dat de Emerantiana meedeelde dat zij ouder was dan 21 jaar. (21 jaar gepasseert), waaruit de conclusie zou kunnen getrokken worden dat zij geboren werd in Hedel in 1653. Opnieuw uitgezocht moet worden de vermelding dat zij in Bokhoven was gedoopt eventueel met vermelding van de doopheffers. In de lijst van de religieuzen van Roosendael in 1698, opgemaakt bij de verkiezing van een nieuwe abdis staat vermeld dat Emerantiana dan 48 jaar was, afkomstig de Bouccault en Gueldre (Bokhoven in Gelderland). Dit gegeven is gepubliceerd door Th. Ploegaerts in Les moniales de l' Ordre de Cîteaux dans les Pays - Bas méridionauxx depuis le XVIe siècle jusqu' à la Révolutiion française: de 1550 à 1800 d' après les rapports des élections abbatiales, deel 1, Westmalle. Dus 1698 - 48 jaar = 1650. Emerantiana was dus inderdaad ouder dan 21 jaar en vertelde de waarheid.
(Bron: Inventaris van kloosterarchivalia in het aartsbisschoppelijk Archief te Mechelen, Deel I, Constant Van de Wiel. Onder de noemer "Cisterciënzers" vinden we hierin Rozendaal terug op p. 276. Nr. 3 slaat op de bundel "Ondervraging van de religieuzen voor de professie van 1618 tot 1795".)
Deze lijst zelf bevat dus de namen met enkele gegevens van "alle" ingetreden klooster- zusters in Roosendael tussen 1618 en 1795. Aan de kandidaat-novicen werden een aantal (opgelegde) vragen gesteld over familie, gezondheid, motivatie, etc. Pas na een positieve beoordeling werden zij opgenomen in het klooster. De volledige verslagen van deze ondervragingen zijn dus terug te vinden in het archief. Waarschijnlijk is de ondervraging ook gebeurd op 11 september 1674 en niet op 2 september zoals in de lijst staat. Zie orginele versie: documenten
|
|
|
Elisabeth Mansia Hermanus van HEIJDENREIJCK, gedoopt (RK) op 29-12-1654 te Wouw (getuige(n): Maria Willems namens Elisabeth Mansia van der Poel). opm. bij kind : plaats geboorte: dorp (Bron: DTB Wouw 2, Archief: ABS 405, inventarisnummer 494b, Parochie St. Lambertus, Wouw)
Links: het wapen van Wouw.
|
|
7.
|
Henricus van HEIJDENREIJCK, gedoopt (RK) op 18-07-1658 te Wouw (getuige(n): Gisbertus Wijtens namens de edele heer Joannes van der Poele, juffrouw Petronella de Coenen namens Elisabetha de Solre (vorstin van Hohenzollern), hij was waarschijnlijk geneesheer te Wouw. opm.: Henricus Herman de Heijdenrijck, geboorte dorp (Bron: Wouw dopen 1640-1692, register 2, Archief: DTB Wouw inventarisnummer 494b, Parochie St. Lambertus, Wouw (ABS 405))
|
|
|
Ridder, raadheer en meester van de rekwesten in de Hoge Raad of Grote Spaanse Raad van Mechelen (09-07-1690), licentie in de Rechten, advocaat Grote Raad van Mechelen, geboren vermoedelijk te Hedel rond 1638/1644, begraven in de kerk van Sint-Jan op 19-09-1711* te Mechelen (B). * opm.: Octave Lemaire stelde duidelijk dat J.F. Foppens ten onrechte meende dat hij in Dordrecht overleed, n.b. op dezelfde dag!
Gehuwd (1ste) rond 1668 met jonkvrouw Anna Petronella PROOST, gedoopt (RK) op 22-06-1644 (RK) te Gastel (doopgetuigen waren dnus (dominus) Petri Proost en Anna van Hemelsvelt), dochter van jonkheer Rutgerus PROOST, secretaris van de stad en Baronie van Zevenbergen (1643), en Elisabeth van EYCK. Zij is overleden tussen 1682-1685.
|
|
|
1.
|
Jan Baptiste van HEIJDENREIJCK, jonker, raadsheer in de Hoge Raad van Mechelen, geboren voor 1669 te Mechelen (B), begraven op 21-01-1707 te Mechelen (B).
|
|
2.
|
Rogier van HEIJDENREIJCK, gedoopt (RK) op 27-10-1670 te Mechelen (B) (getuige(n): Pieter Gryps namens Herman van Heydenreyck en Elisabeth van Eyck).
|
|
Joanna Maria van HEIJDENREIJCK, gedoopt (RK) op 30-09-1675 te Mechelen (B) (getuige(n): Jean Proost (raadsheer in de Raad van Brabant) en Jeanne Marie Proost). Gehuwd op 29-03-1699 te Mechelen (B) met Jacques Norbert van MECHELEN de BERTHOUT, jonker, burgemeester van Lier (1699, 1700), zoon van Gommaire van MECHELEN de BERTHOUT, jonker en burgemeester van Lier, en Elisabeth VINK.
|
|
4.
|
Maria Elisabeth Philippine van HEIJDENREIJCK, gedoopt (RK) op 20-03-1679 te Mechelen (B) (getuige(n): Gaspar Charles en Isabella Heijdenrijck).
|
|
5.
|
Anna Maria van HEIJDENREIJCK, gedoopt (RK) op 25-06-1682 te Mechelen (B) (getuige(n): F. Zelii (ontvanger van Zijne Majesteit) en Maria Joanna Proost). Gehuwd 1708-1716, gescheiden 1716 van Albert Warnerus MILINGH van GERWEN.
|
|
6.
|
Ferdinand Joseph van HEIJDENREIJCK, gedoopt (RK) op 24-01-1685 te Mechelen (B) (getuige(n): Ferdinand van den Driessche en Maria Johanna Proost), begraven op 14-02-1685 te Mechelen.
|
|
|
Een van de kinderen (Maria of Rogier) is in 1694 overleden. Kind van van Heijdenreijck 1694. Ontfangen van de heer Heijdenreijck voort openen van een graf van zijn kint f. 6-0-0. (Bron: SMHW: NH Kerk Archief Puttershoek 1691-1725, Boek C2, Register van de Kerkrekeningen sedert 1692. Jaarrekeningen 1691-1725. Puttershoek 1694/1695)
|
|
Gehuwd (2de) tussen 1683-1691 met Maria Johanna van der STEEN, eigenaresse van de Hofstede 'De Rustenburg' te Puttershoek van 1709-1732?, geboren rond 1650, overleden in 1731, dochter van Emmanuel van der STEEN en Maria van Slingerlandt.
|
|
|
Maria Catharina Theresia van HEIJDENREIJCK, gedoopt (RK) op 14-04-1691 te Mechelen (B) (getuige(n): Gaspard Charles voor Herman van Heijdenreijck en Suzanne Therese Jacqueline van Colen voor Catharine van den Steen), gecremeerd op 16-11-1738 te Brussel (B). Ondertrouwd op 09-08-1721 te Dordrecht, gehuwd op 02-09-1721 te Dordrecht met Johan Jansz. DE WITT, heer van Zuid- en Noord Linschoten, Snelrewaard, Heckendorp, Ysselvere, secretaris van Dordrecht (1688), Groot pensionaris van Holland, Raad en meester vande Reeckenkaemers van sijn Keijserlijcke en Catholieke Majesteijts, president Rekenkamers Oostenrijkse Nederlanden, heemraad van Polderdeel Het Oudeland van Strijen (1701-1706) en van Nieuw-Bonaventura, gedoopt (RK) op 11-12-1694 te Dordrecht, begraven op 27-05-1751 te Brussel (B), zoon van Johannes Janse de WITT, raadspensionaris en Wilhelmina Cornelisdr. de Witt. Zij woonde in 1737 in Brussel en hadden twee minderjarige kinderen in 1743.
|
|
Johan Joseph Ferdinand van HEIJDENREIJCK, licentaat in de Rechten, Schepen van Mechelen (1719-1728, Burgemeester van Mechelen (1729-1728), tresorier (betaalmeester) van Mechelen (1735-1742), hoofddeken v/d Jonge Gilde te Mechelen (1719), gedoopt (RK) op 23-04-1693 te Mechelen (B) (getuige(n): Jan van den Steen en Suzanne Theresia van Colen in naam van Beatrice Hedwige van Dorth). Informatie: Woonde op 23-05-1693 in het huis van zijn ouders te Mechelen en was eigenaar 1732-1768 van de hofstede Rustenburg (mede-eigenaar was Johan de Witt)..
|
|
|
Emanuel van HEIJDENREIJCK, eigenaar van de Rusterburg van 1712 tot 1722, geboren ?, en overleden Puttershoek voor april 1722
|
|
|
Mw. Heydenreyck doet aangifte van het overlijden d.d. 17-07-1723 van 't kind van de tuinman van mevr. Heijdenreijck genaamd Heijndrick van Gastel door Reijgie Cornelisse die ondertekent met een kruis. Pro Deo. (Bron: SMHW: Gaardersboek van Puttershoek 1723)
|
|
 |
Dierickx-Beke zonen, Mechlina, Maandschrift voor Oudheidkunde-Geschiedenis-Kunst-Taal- en Volkskunst, 1ste jaar, 1921, pg. 24-26, 42-46
|
 |
De genealogie van de Mechelse tak Van Heijdenrijck is uitgezocht geweest door de Mechelaar Octave Lemaire n.a.v. de identificatie van twee portretten. Hij publiceerde die in het toenmalige tijdschrift Mechlinia in 1921 onder de titel: Notice sur la famille van Heijdenrijck. Het archief met de handschriften van Octave Lemaire, die zijn ganse leven wijdde aan genealogische opzoekingen (hij wou bewijzen dat hij een adellijke voorouder had) is bewaard in het Mechelse stadsarchief.
|
|
|
 |
de heer van Hassel
|
 |
Enny de Bruijn
|
 |
de heer Karel Caelen (B)
|
 |
François van der Jeught, Mechelen (B)
|
|
|
|
 |
 |
 |
|