A C G T - A C G TA C G T - A C G T A C G T

A C G T - A C G TA C G TA C G T - A C G T

In dit hoofdstuk | korte uitleg over | genografie | DNA-onderzoek | Y-DNA, haplogroep, sub-haplogroep:

  • R1b-DF27 -  SRY-2627 | de R1B-DF27 & sub-haplogroepen | herkomst stamvader Matthee
  • Conclusie | voortgang verdere tests in ons DNA-onderzoek
  • Links | voor gevorderden

Afstammingsgeschiedenis

Om meer over de afstammingsgeschiedenis van de familie Matthee te weten te komen en heb ik in 2009 door middel van een wangslijmvliesuitstrijkje DNA laten onderzoeken. Het doel was op die manier wellicht meer te weten te komen over de herkomst via de mannelijke lijn (Y-Chromosomaal zie afbeelding) van het geslacht Matthee.

Genetische genealogie

In de genetische genealogie is de biologische afstamming het uitgangspunt en wij volgen de mannelijke lijn met het Y-chromosoom, dat de vader doorgeeft aan zijn zonen.

Genografie

Genografie is de jonge tak van wetenschap die onderzoek doet naar de afstammings- geschiedenis van de mens. Genografie maakt hierbij gebruik van het DNA van mensen, anders dan taalrelaties en archeologische vondsten zoals in andere wetenschappelijke takken.

Door gebruik te maken van kleine verschillen tussen het DNA van verschillende individuen, is het in principe mogelijk een volledige stamboom op te stellen van de mensheid. In de praktijk wordt er gebruikgemaakt van twee soorten DNA, die het mogelijk maken een globale genealogie van de mensheid op te stellen op een tijdschaal van tienduizenden jaren:

  • Voor de mannelijke lijn is dat het Y-chromosoom, dat de vader doorgeeft aan zijn zonen maar niet aan zijn dochters (en uiteindelijk dus terug te leiden valt tot de 'Y-chromosomale Adam').
  • Voor de vrouwelijke lijn is dat het mitochondriaal DNA dat de moeder via de eicel doorgeeft aan haar kinderen, maar dat haar zonen niet verder doorgeven en dus informatie bevat over de afstammingslijn van moeder op dochter op kleindochter (en uiteindelijk dus terug te leiden valt tot de 'Mitochondriale Eva').

Door de geringe mutatiesnelheid van de betrokken types DNA kan deze informatie, in combinatie met de geografische spreiding van bepaalde mutaties, goed gebruikt worden om (pre-)historische migratiepatronen te achterhalen.

DNA is een afkorting van het Engelse woord DeoxyriboNucleic Acid, oftewel desoxyribonucleïnezuur en komt voor in alle cellen van ons lichaam. Het kan gezien worden als onze blauwdruk, DNA is namelijk de voornaamste drager van onze erfelijke informatie. DNA ziet eruit als een verdraaide ladder bestaande uit twee lange strengen, dit figuur staat ook wel bekend als een helix. Deze twee strengen bevatten een code, die onze unieke eigenschappen en kenmerken bepalen. Er zijn vier soorten DNA-bouwstenen te onderscheiden. De volgorde van deze bouwstenen bepaalt onze genetische code. De ene helft van iemands DNA wordt geërfd van de moeder en de andere helft van de vader. Terwijl vingerafdrukken niet in staat zijn familiebanden te herkennen, spelen de kleine verschillen in een DNA-sequentie hierin wel een rol, omdat ze worden geërfd van onze voorouders.

 

Korte uitleg DNA-onderzoek

Het onderzoek werd uitgevoerd door het Family Tree DNA onderzoek (FTDNA) gezetteld in Houston, Texas.

Met DNA-onderzoek kan men familieverbanden opsporen en de hele migratiegeschiedenis van de moderne mens in kaart brengen. Onze 46 chromosomen bestaan elk uit twee strengen DNA van ongeveer één miljard bouwsteentjes, de nucleotiden. Het onderzoek is gebaseerd op het Y-geslachtschromosoom dat uitsluitend van vader op zoon vererft. De volgorde van de nucleotiden bepaalt van elk individu het haplotype.

Onze cellen bevatten twee soorten DNA: kern- of Y-DNA en mitochondriaal of mtDNA dat enkel via de vrouwelijke lijn vererft. Bij het kopiëren van het DNA bij de celdeling ontstaan foutjes, mutaties, die bij de volgende kopieersessie worden doorgegeven. Er zijn twee soorten mutaties. De uiterst zeldzame puntmutatie (SNP of snip) komt op een bepaalde plaats van het chromosoom gemiddeld één keer om de circa 1 miljoen generaties voor bij mannen en vrouwen. Zij is geschikt om de menselijke migratie of genografie te bestuderen. De herhalingsmutatie (STR) komt gemiddeld 1 maal per 182 generaties voor (elke ca. 4500 jaar), maar enkel bij mannen. Door vergelijking van de STR-waarden bepaalt men onderlinge verwantschappen.

Vergelijkbare haplotypes deelt men op in een twintigtal grote haplogroepen en dankzij de puntmutaties verder in subhaplogroepen. In gewone mensentaal: mannen die tot eenzelfde sub-haplogroep behoren, stammen af van een gemeenschappelijk voorvader.

De genetische genealogie heeft aangetoond dat die kolonisatie in verschillende patronen verliep. Er waren 'haplogroepen' – clusters/stammen – die vanuit Jemen via de Aziatische kusten helemaal tot in Australië terechtkwamen. Andere haplogroepen trokken via het Midden-Oosten noordwaarts naar de Balkan, en van daaruit naar Scandinavië. Of naar centraal-Azië en van daaruit naar Siberië en Amerika. Ook waren er groepen die via de kusten van de Middellandse Zee Europa gingen bevolken.

Er word tegenwoordig veel informatie onderling uitgewisseld om zo nieuwe verbanden te leggen met je eigen afkomst met de daarbij behorende woongebieden.

Y-DNA

De Y-DNA-test is bedoeld om de directe vaderlijke lijn (uw vader, de vader, de vader van de vader van, enz.) op te sporen. Alleen mannen hebben Y-DNA, zodat deze test is alleen beschikbaar voor mannen. Aangezien alleen mannen dragen en doorgeven Y-DNA, zal deze test niet voorouders van alle moeders onthullen. Een vader geeft zijn Y-DNA, vrijwel onveranderd, aan zijn zonen. Deze test zal informatie verstrekken over de enige oorsprong van de directe lijn wordt getest in brede geografische termen (bv Europese, Afrikaanse, Aziatische en Native American, etc.).

Haplogroep

De haplogroep [1] wordt bepaald door middel van de typering SNPs (Single Nucleotide Polymorphisms). Een SNP is een unieke verandering van 1 nucleotide naar een andere nucleotide (bijvoorbeeld een C verandert in een T). Ook bij een SNP spreken we van verschillende allelen, maar een allel is in dit geval geen lengtevariant, maar een verschil in 1 nucleotide. Een SNP heeft altijd 2 allelen, welke worden weergegeven als letters. De haplogroep bestaat dus uiteindelijk uit een reeks letters, welke overeen komen met de voor de verschillende SNPs waargenomen allelen. Volgens wereldwijd aangenomen afspraken worden deze letterreeksen vervangen door een eenvoudigere naamgeving, bestaande uit een aantal hoofd-haplogroepen (A t/m T), welke verder kunnen worden onderverdeeld in sub-haplogroepen.

[1] Sommigen vragen zich misschien af wat haplogroepen zijn: [citaat] Haplogroepen zijn groepen individuen die geclassificeerd worden aan de hand van het haploïde DNA. Haplogroepen worden weer ingedeeld in familiaire haplotypes. Deze classificatie is van belang voor genografie, een wetenschappelijke tak die zich bezighoudt met hoe een organisme zich in de prehistorie heeft ontwikkeld en verspreid.