|
III. DE VRIJHEID BOKHOVEN
|
 |
|
|
Wereldlijk was Bokhoven een 'vrije heerlijkheid'. De vrijheid van een dergelijke heerlijkheid hield in dat wetgeving en het gezag van de onderliggende gebieden er niet golden. Voor Bokhoven betekende dit dat de Hertog van Brabant en later de Generaliteit er geen macht, noch gezag konden laten gelden. De heren van Bokhoven hadden enkel met hun leenheer te maken. De heer van Bokhoven was daardoor feitelijk een soeverein. Zijn relatie met de leenheer hield in concreto niet meer in dan dat telkenmale bij het aantreden van een nieuwe heer in leenverheffing bij de leenheer moest worden geregistreerd.
|
|
Bokhoven, gelegen ongeveer zeven kilometer ten noorden van ‘s-Hertogenbosch aan de rivier de Maas, wordt, voorzover bekend, in het jaar 1307 voor het eerst melding gemaakt in de bronnen. Dit gebeurde in een schrijven van de officiaal van het prinsbisdom Luik aan de deken van Hilvarenbeek. Met ingang van 11 maart 1561 bleef de parochie Bokhoven kerkrechtelijk niet langer onder het bisdom Luik vallen, maar werd ze deel van het in 1559 opgerichte bisdom 's-Hertogenbosch. Het patronaatsrecht bleef evenwel aan de abdij van Berne toebehoren. Bokhoven lag door haar ligging tussen het Hollandse land van Heusden en de Meierij van 's-Hertogenbosch zeker tot 1629 regelmatig in de frontlinie tussen de Staatsen en de Spanjaarden. Daarbij kwam dat het aan de Maas gelegen dorpje militair in een kwetsbare positie lag. Niet alleen de militaire kwetsbaarheid van het dorpje zal hierbij een rol gespeeld hebben, maar ook het gegeven dat de heerlijkheid steeds meer ging dienen als toevluchtsoord voor de katholieken uit Staatse gebieden. In Bokhoven mocht de katholieke religie immers vrij beleden worden. Vanaf 1679 namen dan ook veel katholieke geestelijken er hun toevlucht om van daaruit hun pastoraal werk voort te zetten in bijvoorbeeld de Bommelerwaard. Ook kwamen veel katholieken uit de verre omtrek naar Bokhoven om er te trouwen of hun kinderen te laten dopen.
|
|
|
|
De rooms katholieke enclave: Een oord voor gemakkelijke huwelijkssluiting? Na de val van ‘s-Hertogenbosch in 1629 zou Bokhoven nog meer dan vooreen toevluchtsoord worden voor de katholieke geestelijken die niet langer in de tot dan toe veilig gewaande vestingstad konden verblijven. In 1640 werd de baronie Bokhoven door de keizer van het Roomse Rijk, Fredinand III, verheven tot graafschap. Op de achtergrond bij deze verheffing speelde waarschijnlijk heel duidelijk de wens om de baronie als graafschap meer aanzien te geven een grote rol. Met het oog op de vredesonderhandelingen tussen de Staatsen en Spanjaarden zou men dan sterker staan in het streven Bokhoven als een soeverein staatje, los van de door de Republiek overheerste Meierij, te laten blijven bestaan. Ook in 1660 kon de graafschap zijn vrijheid op politiek en religieus terrein behouden. De voorlopig laatste keer dat de graafschap te maken had met de internationale politiek was in 1672. In dat jaar hebben de Franse troepen ook Bokhoven bezet en er het kasteel vernield.
|
|
|
|
 |
In de nacht van 8 op 9 mei 1839 brandde de “raadskamer” van Bokhoven af. Voor zover na te gaan was die gevestigd in de restanten van kasteel Bokhoven. Inventaris en archief gingen grotendeels verloren. Daarvóór was het Bokhovense raadhuis gevestigd in de restanten van het kasteel van Bokhoven (inmiddels op de omgrachting en enkele relicten na, verdwenen)
|
 |
(bron: verhalen onder de stamboom, http://216.239.59.104/search?q=cache:Xj_4v8FZQWAJ:www.vanliempt.com/stamboom/stamboomVanLiemptv2_3.pdf+kasteel+bokhoven&hl=nl&ct=clnk&cd=23&gl=nl
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
gewijzigd: 15-03-2007
|
|
|
 |
 |
 |