|
|

|
Wij stelde ons de vraag waarom Jan Matthee als katholieke jongeman - net voor het uitbreken van de Spaanse successieoorlog (1702-1713) en net na de negenjarige oorlog (1688-1697) - vertrok uit zijn geboortestreek (de Antwerpse Noorderkempen) naar de Noordelijke Nederlanden.
|
|
In 2006 startte we dit deelonderzoek om na te gaan welke belangrijke geschiedkundige zaken er in de periode 1695-1701 speelden die het vertrek van Jan zou kunnen verklaren.
|
 |
|
|
Onderzoek toont aan dat grote delen van de bevolking om economische motieven naar de Republiek (Noordelijke Nederlanden) trok. We hebben de vier grote emigratiegolven gehad in de jaren 1572 - 1630. Maar ook in de periode 1630-1700.
Uit verschillende notariele akten blijkt dat Jan in dienst stond voor de familie Van Heijdenreijck, Proost, Van der Steen). Ergens heeft er benoemings- of aanstellingsakten (procuratie) bestaan waarin de betrokken partijen in vermeld staan. De vraag blijft echter waar deze informatie ligt opgeslagen.
Uit historisch bronnenmateriaal komt naar voren dat Jan slechts alleen naar het noorden vertrokken zou kunnen zijn, waarna hij met een jonge vrouw uit Bokhoven in 1701 gehuwd is. We hebben nooit de andere leden van het ouderlijk gezin in verschillende bronnen kunnen ontdekken, met uitzondering de doopgetuigen Elisabeth Mate en Lucia Matthijssen in de Hedelse doopboeken. Zij zouden mogelijkerwijs in en/of rond Turnhout gewoond kunnen hebben. Wat we bewezen hebben is dat Jan Matthee werkzaamheden heeft verricht op de Bommelerwaard, de Hoekse Waard, en in het gebied Oostvoorne (bij Brielle). De werkzaamheden stonden in relatie met de verhuizingen en daarom ga ik er dan ook vanuit dat hij om economische redenen naar is verhuisd.
Wij hebben enkele deskundigen advies gevraagd. Zij menen het volgende.
|
|
De heer E. Rooms heeft een artikel het volgende artikelen naar aanleiding van een artikel in de Vlaamse Stam van mei-juni 2006 geschreven: De Spaanse Nederlanden als Slagveld van Europa en de grote gebiedsafstand aan Frankrijk (1659-1700) en heeft en mogelijke verklaring gegeven. Wij citeren uit zijn e-mail: "Een mogelijke verklaring voor het uitwijken van een aantal families naar de Republiek, maar dit geldt hoofdzakelijk vanaf 1701, is het feit dat een deel van de bevolking van de Zuidelijke Nederlanden trouw wilde blijven aan Spanje, en dus aan de nieuwe Bourbon-vorst Filips V, daar waar een erg groot deel zich niet met Spanje maar wel met het huis Habsburg verbonden voelde. Voor hen dienden de Zuidelijke Nederlanden dan ook naar de Oostenrijkse tak der Habsburgers getransfereerd te worden. Deze tegenstelling binnen de bevolking was erg diep en duurde tot 1713"
In bijlage vindt U een overdruk van een lezing die de heer Etienne Rooms dienaangaande enkele jaren geleden te Rome gehouden heeft. Mogelijk kan het uitwijken van U familie kaderen binnen het geheel van deze problematiek.
|
|
Zou Joannes Matthee een wijkeling kunnen zijn en een vlucht omwille het geloof naar de noordelijke Nederlanden heeft gepoogd? Deze vraag hebben we begin jaren 90 voorgelegd aan een deskundige de heer dr. Eugeen Van Autenboer. Ook hij kon uit al zijn papieren zijn naam niet vinden. Helaas was het onderzoek weer terug bij af omdat we het niet konden aantonen.
|
|
 |
Etienne ROOMS (°1944) is doctor in de moderne geschiedenis en doceert aan de Koninklijke Militaire School te Brussel de vakken Krijgsgeschiedenis tot en met de Tweede Wereldoorlog, Historische kritiek en Geschiedenis van de internationale relaties van 1815 tot heden.
|
 |
Dr. hist. Eugeen Van Autenboer, Vlaamse Vereniging voor Familiekunde V.Z.W. Voorzitter Afdeling Kempen.
|
|
|
De samenwerking tussen VVF (Vlaamse Vereniging voor Familiekunde) en de NGV heeft ertoe geleid dat beide besturen hebben besloten gezamenlijke projecten op te starten. Vlaanderen en Nederland delen een stuk geschiedenis, een taal en bovendien zijn de mogelijkheden voor onderzoek alsmede de onderzoeksmethoden vrijwel gelijk.
Een stukje internationale samenwerking leek ons dan ook voor de hand te liggen. Zo zal de V.V.F. zich in het komende jaar zich concentreren op de personen uit de Noordelijke Nederlanden die zich voor 1715 in de barrièresteden hebben opgehouden. Als tegenprestatie heeft het NGV bestuur voorgesteld de Zuid-Nederlandse immigratie tussen 1572 en 1700 in kaart te brengen. We denken hierbij aan het invoeren in een database van Vlamingen en Walen die voor 1700 in allerlei archiefbronnen voorkomen. We betrekken hierbij ook de Noord-Franse steden die gedeeltelijk ook tot het oude Vlaanderen behoorden zoals Rijssel, Calais, Duinkerken e.a. Het ligt in de bedoeling eind 2007 een eerste deel in druk uit te brengen.
Geschat is dat in de periode 1572-1630 al zo’n 135.000 personen naar de Noordelijke Nederlanden zijn vertrokken. Meestal kwamen ze in de grote steden van Holland en Zeeland terecht. De belangrijkste steden zijn, Alkmaar, Amsterdam, Delft, Dordrecht, Gouda, Haarlem, Leiden, Rotterdam en Middelburg. Ook in de periode 1631-1700 zijn nog veel personen uit de Zuidelijke Nederlanden naar het noorden getrokken, zodat een globale schatting zeker op 200.000 personen komt. Het eindresultaat kan een belangrijke bron voor genealogisch onderzoek zijn voor zowel Belgen als Nederlanders.
(Bron: website NGV)
Meer informatie www.ngv.nl
|
|
|
 |
 |
 |
|