 |
Touwtrekkerij tussen Frankrijk en de Noordelijke Nederlanden, met Turnhout als grensgebied
|
 |
1672 - Rampjaar
|
 |
oktober 1673 - de troepen van Lodewijk XIV trekken de Zuidelijke Nederlanden binnen en Franse troepen bezetten Turnhout
|
 |
Gedurende twee perioden, namelijk van 1672 tot 1678 (de oorlog tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden en Frankrijk) en van 1688 tot 1697 (de Negenjarige Oorlog) werd het bewind van Henriëtte Francisca, Prinses van Hohenzollern over het Markiezaat ontnomen ten faveure van Koning - Stadhouder Willem III. De markiezin overlijdt op 17 oktober 1698
|
 |
7 februari 1675 - na het overlijden van Amalia VAN SOLMS ging het leenbezit van Turnhout volgens haar testament over op haar kleinzoon
|
 |
1701 - grote delen van de bevolking vertrekken ten gevolge van de Spaanse Successie-oorlog weg uit de Zuidelijke Nederlanden
|
 |
1688-19 maart 1702 - Willem III, stadhouder van Holland, Koning van Engeland en heer van Turnhout
|
 |
11 april 1677 - Willem III verslagen bij Kassel
|
 |
17 september 1678 - Vrede van Nijmegen
|
 |
17 april 1686 ontstond in Turnhout een geweldige brand, die 300 woningen verwoestte
|
 |
april/mei 1689 - begin van de Negenjarige Oorlog
|
 |
15 april 1689 - kwam de oorlogsverklaring van Frankrijk aan Spanje en tijdelijk lukte het de Prins van Waldeck, aanvoerder van het 4e leger van de Republiek, de Fransen aan de Zuid-Nederlandse grens tegen te houden
|
 |
Doch, vanaf 1690 wisten ze toch in het land door te dringen en Veurne, Diksmuide en Kortrijk in te nemen
|
 |
20 september 1697 - de negenjarige oorlog werd beëindigd met de Vrede van Rijswijk;
|
 |
1 november 1700 - overlijden van de Spaanse Koning Karel II. De Zuidelijke Nederlanden kwamen weer onder Franse invloed
|
 |
6-5 februari 1701 - Lodewijk XIV bezet de Zuidelijke Nederlanden. Franse soldaten nemen vestingen in. De garnizoenen uit de barrièrevestigingen krijgen een vrije aftocht
|
 |
1702 - Willem III overlijd. Er was toen alweer een nieuwe oorlog gaande, de Spaanse successieoorlog, die tot 1713 zou duren. De Zuidelijke Nederlanden stonden hierin opnieuw centraal. Maar de invloed van het noorden, van de Republiek, was lang niet meer zo groot als voorheen. Bovendien hadden de Staten van Holland met vier van de andere gewesten na Willems overlijden besloten geen nieuwe stadhouder te benoemen. De Republiek kon nadien in Europa geen dominerende rol meer spelen en trok zich steeds meer op zichzelf terug
|
 |
De Generaliteitslanden behoren niet tot de eigenlijke Republiek; ze zijn in feite bezette gebieden, vanuit de Republiek bestuurd, als een militaire buffer tussen de Republiek en de Spaanse/Oostenrijkse Nederlanden. Het betreft Staats-Vlaanderen (nu Zeeuws- Vlaanderen), Staats-Brabant (het grootste deel van het huidige Noord-Brabant) en kleine gedeelten van het huidige Nederlands Limburg, met name Maastricht en de zogenaamde landen van Overmaze: de heerlijkheden Valkenburg, Hertogenrade (nu half Duits) en Dalem (nu in België, ten noordoosten van Luik). Staats-Brabant omvat de stad en meierij van ' s-Hertogenbosch, de baronie van Breda, het markiezaat Bergen-op-Zoom en de heerlijkheden Cuyk, Steenbergen en Willemstad. Bergen-op-Zoom neemt een beetje een uitzonderingspositie in doordat het markiezaat blijft bestaan en leden van de families Van den Bergh, Hohenzollern, La Tour d' Auvergne en Palts Sulzbach achtereenvolgens markies van Bergen-op-Zoom zijn. (http://www.let.uu.nl/~Rudolf.A.Rasch/personal/dmh02.htm)
|