|
|

|
|
|
Algemene gegevens Provincie Zuid-Holland, gemeente Puttershoek Rustenburgstraat 1 Sectie D nummer 8
|
 |
|
|
Omschrijving monumentnummer 32248 Voor de brand van maandagmiddag 29 oktober 1997 was "De Rustenburg" en gaaf bewaarde en monumentale boerderij XVIII A, woonhuis en stal onder een hoog strodak en haaks daarop een houten schuur, eveneens met strodak. Het woongedeelte heeft een puntgevel met kleine tussentrappen, geblokte ontlastingsbogen met gebeeldhouwde kopjes als sluitstenen, sierankers, in de vensters van de begane grond twintig ruitsschuiframen en in de overige vensters houten kruiskozijnen met luiken (informatie).
|
|
|
|
Deze thans afgebrande, maar daarvoor schitterend gerestaureerde hoeve stond in de Oost Zomerlandsepolder, onder de vroegere gemeente Puttershoek. De polder werd in het jaar 1578 bedijkt. In 1952 werd het onder Puttershoek vallende deel van de Blaaksedijk Rustenburgstraat genoemd, naar deze daaraan gelegen hofstede. Een reproductie van een aquarel met een bouwkundige omschrijving van "Rustenburg" is opgenomen in het in 1937 verschenen boek "Oude Boerenhofsteden in Zuid-Holland" van J. Verheul Dzn. Daarin wordt gezegd dat dit één van de monumentaalste hofsteden van de Hoeksche Waard was!
De naam "Rustenburg" Omdat een broer geestelijke was en twee zusters van Johan van den Steen, respectievelijk als "religieuse" en "geestelijke maagd" worden vermeld, mag worden aangenomen, dat ook Johan, katholiek was. Hiervan uitgaande is er grond voor de overlevering welke zegt, dat "Rustenburg" eertijds een eigen kapel bezat. De naam "Rustenburg" wordt in de officiële stukken eerst in het begin van de 18e eeuw (12 okt. 1732) aangetroffen.
"Heerlijkheid" recht De eigenaren van "Rustenburg" bezaten vroeger het recht "voor de Hoeksche grond" een heemraad in de polder "de Oost- en West-Zomerlanden" aan te wijzen. Dit recht zou zijn verkregen van de Ambachtsheren van Puttershoek. In 1712 betwistte mr. Johan Onderwater, heer van Puttershoek dit recht, doch zonder succes. Eerst in de Franse tijd werd dit "heerlijk" recht vervallen verklaard. Als door de eigenaar van "Rustenburg" aangewezen, zijn als heemraad van de "Zomerlanden" vermeld:
|
|
 |
----> - 1669 Johan van den Steen Emanuelsz.
|
 |
1669 - 1681 Johan van den Steen Johansz.
|
 |
1681 - 1688 Anthony Oem
|
 |
1688 - 1709 Johan van den Steen Emanuelsz.
|
 |
1709 - 1712 Françoys van Teresteijn van Halewijn
|
 |
1712 - 1722 Emanuel van Heydenrijk
|
 |
1722 - 1732 Johan de Witte, heer van Hekendorp, Snellerwaarde, Zuyt en Noord Linschoten, Isselveere etc.
|
 |
1732 - 1764 Jasper van Vliedt, schout van Puttershoek
|
 |
1764 tot 1781 Casparus Kelderman, schout van Puttershoek
|
 |
1781 tot 1802 Samuel van Driel, schout van Puttershoek
|
|
|
De heer C.L. van Es van der Have uit Puttershoek heeft uitgezocht welke eigenaren de fraaie hoeve vanaf de bouw in 1640 in bezit hebben gehad:
|
|
 |
1635-1669 Johan van den Steen Emanuelszoon
|
 |
1669-1675 Johan van den Steen Johanszoon
|
 |
1675-1682 Maria van Rhijn, weduwe van Johan van den Steen
|
 |
1682-1700 Maria van Slingelandt, weduwe van Emanuel van den Steen
|
 |
1700-1709 Johan van den Steen Emanuelszoon
|
 |
1709-1732 Maria Johanna van den Steen, gehuwd met Pieter Jacques van Heijdenrijck, Raadsheer in de Grote Raad van Mechelen
|
 |
1732-1768 Jan Josef Ferdinand van Heijdenrijck en Johan de Witt
|
 |
1768-1783 Maria Wilhelmina de Witt
|
 |
1783-1800 Jacob Roest van Alkemade
|
 |
1800-1830 Otto de Kat
|
 |
1830-1880 Bastiaan, Jenneke en Maria de Kat
|
 |
1880-1890 Wilhelmina Adriana Elisabeth ’t Hooft, weduwe van mr. Agathus Corvinus Adrianus Beelaerts van Emmichoven
|
 |
1890-1914 Albertus Jacobus Mispelblom Beijer
|
 |
1914-1924 Agathus Corvinus Adrianus Beelaerts van Emmichoven
|
 |
1924-1959 Johanna Henriëtte Wilhelmina Elisabeth Beelaerts van Emmichoven, ambachtsvrouwe van Cillaarshoek, overleden in Den Haag op 16 april 1959. Bij testament schonk zij ‘Rustenburg’ met het bijbehorende land aan de pachter F. Klapwijk.
|
 |
1959-1966 Frank Klapwijk
|
 |
1966-1969 Jansje Maria Klapwijk-Paul
|
 |
1969-1997 Coöperatieve Suiker Unie, Puttershoek
|
 |
1997 afgebrand
|
|
|
 |
De heer C.L. van Es-van der Have, Verdwijnend Puttershoek, Hofstede Rustenburg, blz. 115, 116, Puttershoek april 1966
|
|
|
|
|
"Rustenburg" werd kort vóór 1640 gebouwd op grond van de in 1575 bewinterdijkte Oost Zomerlandse Polder, waarin "het Puttershouckse Somerlant behoorende onder Puttershoeck", wordt genoemd "groot te wezen 41 merghe 226 roe". In 1635 werd Johan van den Steen Emanuelsz., die toen in Dordrecht woonde, eigenaar van de grond waarop hij een paar jaar later "Rustenburg" liet bouwen en waar hij toen zelf ook ging wonen. Hij was naast dijkgraaf van het Oostzomerland, ook dijkgraaf van "Moerkerken" en fungeerde in die kwaliteit van 1624 tot 1630 als ambachtsheer van de ene helft van de heerlijkheid Puttershoek, welke helft in die tijd in eigendom toebehoorde aan de gezamenlijke Ingelanden van "Moerkerken". Johan van den Steen overleed rond 1669. Op 12 jul 1662 worden Jan Jacobs Boer en Marigie Claes echtelieden genoemd als wonende op de woning van heer dijkgraaf Johan v.d. Steen onder Puttershoek. Getuigen zijn Willem Hermens van der Wael en Cornelis Hendriks Visscher, mr. kleermaker beide wonende op Pietershoek.
Na het overlijden van de eerste eigenaar kwam de hoeve aan zijn naamgenoot en zoon Johan van den Steen Johansz. Na zijn overlijden in 1675 kwam zijn weduwe Maria van Rhijn in het bezit van "Rustenburg". In 1682 werd de hoeve openbaar verkocht. Bij de aankondiging van de openbare verkoop in 1682 wordt de behuizing als volgt omschreven: "Een seer schoone ende playsante Hofstede, bestaande in een groot, nieuw woonhuys ende schuur, mitsgaders noch een wooninge voor den Bruycker apart ende wagenkeet met 37 mergen 329 roeden, schoon zaij ende weijlandt". Het geheel ging voor 28500 carolus gulden aan de nieuwe eigenaar over nl. Maria van Slingelandt, weduwe van Emanuel van den Steen. In 1700 kwam zij te overlijden en kwam de hoeve in 1700 aan haar zoon Johan van den Steen Emanuelsz.
Na het overlijden van Johan van den Steen Emanuelsz. in 1709 kwam de hoeve aan zijn dochter Maria Johanna van den Steen Johansdr, gehuwd met Pieter Jacques van Heijdenrijck, Raadsheer in de Grote Raad van Mechelen. Na haar overlijden in 1732 kwam de hoeve in 1732 aan Jan Josef Ferdinand van Heijdenrijck en Johan de Witt.
Reeds in 1664 wordt Johan de Witt in de Oost- en West-Zomerlanden genoemd. Johan de Wit was penningmeester van Oost Zomerland. Erfgenaam is wijlen Willem de Witt. In 1694 was hij secretaris over 20 morgen 303 roeden 't huijs. In 1700 bruikt van De With, Bastiaan Otten Maaskant, sijn stee met 20.303 morgen. In 1694[i] heeft Otto Bastiaansz. Maaskant de hofstede en huijs (dit stond eerst op naam van heer Sijmon Muijs van Holij). Johan de Witt, heer van Heekendorp etc. overleden 1701, secr. Dordrecht en heemraad Oostsomerland, tot 1701, opvolger is heer en mr. Johan Onderwater. Johan Onderwater is gehuwd met vrouwe Catharina van Beaumond. Johan de Witt secretaris te Dordrecht heeft zoon Johan en dochter Johanna. In 1732 bruikt van Johan de Witt: Johannes Schrijver 11 morgen 200 roeden in Somerland en 't huijs van de Wit. In 1733 is er sprake van 14 morgen 200 roeden en huijs. Johan de Witt, Raadsheer in de Raade der Domeinen en Financien van zijn Kijserlijke Majesteit te Brussel. Verzoekt 1766 om 287 ijppebomen staande aan de westsijde van de Slipperdijk onder de plantagie van zijn wooning Rustenburg te laten uitrooijen en wederom andere jonge in de plaats te planten. In 1779 wordt Rustenburgh bij Puttershoek genoemd. Zijn rentmeester is Gasparus Kelderman. De Wit en F. van Heijdenrijck hebben in 1732 uit hoofde van hun woning in het Oostsomerland genaamd Rustenburg het regt tot het stellen van een heemraad en benoemen nu de heer van Vliet tot schout van Puttershoek. In 1768 overleed Johan de Witt en kwam "Rustenburg" aan laatstgenoemde's dochter Maria Wilhelmina de Witt.
[i] (Bron: SMHW: G.A. Mijnsheerenland)
|
|
|
|
|
|
Mw. Heijdenreijck (mevrouw haar erfgenamen) uit haar naam "is aen't College versochte om eenige boomen te planten aen de dijck by Kuipersveer als ook enige boomen te planten op de weg aldernaest haar woning om haar tuin tegen de wint te beschutten". Verzoek afgeslagen 28-10-1730. (Bron: OW Zomerland)
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
|