R.D. Verhoeven
Volkstellingen
Herkomst en migratie
Historische feiten
Relaties & verhoudingen
Matthei Allaerts
Turnhout
Immigratie
RK trouwboek Bokhoven
Schepenbank
Verkoop huis
Huizenonderzoek
Resoluties
Beroepen
Doopboeken van Hedel
Rekenkamer Gelderland
Dagelijks leven
Boerderij in Hedel
Werken
Pachten van landerijen
Chijsen Hedel 1728-1729
Het groot veer
Huizenonderzoek
Hypothese
Beroepen
veldnamen van Hedel
Polderbelasting
Huwelijk kinderen
Jan & werkgevers
Wonen in Puttershoek
Overlijden
Boedelinventaris
Kerkarchief N.H. Kerk
De Rustenburg
De Oostmolen
Familierelaties
Huizenonderzoek
Reizen
Regenten

procuratiehouder

Stukken uit het oud-notarieel archief toont aan dat Jan Matthee procuratiehouder was. Een procuratiehouder of handelsbediende is in bezit van een doorlopende volmacht van zijn principalen. Wat betekende dat hij in opdracht van de invloedrijke families VAN HEIJDENRIJCK (<-1701-1711), DE WITT (1732) en VAN DER STEEN (1740) mocht handelen. Ik verwijs naar de diverse acten over de periode 1731-1744 die ik in de loop van de jaren heb verzameld. Deze zijn: cavelcedules (transportakten), attesties (getuigenverklaringen), coopcedules, procuraties (aanstellingsakten), huurcedules, obligaties.

Het blijft moeilijk in welke hoek we precies moeten zoeken. Mogelijk heeft de familie Proost iets met Jan Matthee te maken gehad. Het blijft nog onduidelijk. Verder onderzoek blijft nodig om meer benoemings- of aanstellingsakten - juist die van zijn vroegere periode - boven water te om zijn herkomst vast te leggen.

Uit diverse akten maak ik op dat Jan Matthee als eerste in dienst stond van Pieter Jacques van Heijdenreijck en later voor Johan de Witt. Dit maak ik op uit de volgende akte. Wanneer hij ongeveer in dienst trad, dit werd middels een aanstellingsakte (procuratie) bekrachtigd is niet precies bekend. Pieter was als advokaat werkzaam op verschillende plaatsen (Bergen op Zoom, Mechelen).
Het jaar 1731 moet voor Jan Matthee een moeilijk jaar zijn geweest omdat zijn vrouw Cornelia op 17 mei 1731 in Puttershoek overleed. Er stonden voor hem belangrijke zaken op het spel. Hij verkoos liever om dichter bij zijn gezin en werk aanwezig te zijn. Hij verkocht zijn beide huizen in Hedel (juni 1732) en Bokhoven (mei 1739).
Het lijkt aannemelijk dat Jan Matthee ergens in 1731 gevraagd moet zijn om naar Puttershoek te komen. Naar alle waarschijnlijkheid speelt ook mee dat Maria Johanna van der STEEN, eigenaresse (1709-1732?) van de Hofstede 'de Rustenburg' te Puttershoek in de laatste helft van 1731 overleed. Bovendien was Pieter-Jacques van Heijdenreijck 11 jaar daarvoor te Mechelen overleden. Hierdoor werden Johan de Witt en Maria Catharina Theresia van Heijdenrijck erfgenamen van al haar overgebleven bezittingen, goederen en personeel. Jan Matthee bleef voor hun een belangrijk persoon om hun zaken te behartigen.
Later in 1740 werd Jan Matthee en zijn zoon gemachtigd door de familie van der Steen om ook voor hun zaken te regelen.


korte beschijving

11 oktober 1731 (cavelcedulle): "Jan Matthee woonende in Puttershoek, laste en orde hebbende van Johan Heijdenreijck ende Johan de Witt beide woonende tot Mechelen (erfgenamen van wijlen vrouwe Johanna van der Steen en den weledele heere mr. Jacobus van Heijdenreijck)";
19 december 1732 (huercedulle): "den eersaemen Jan Matthe, tuijnier wonende onder Puttershoeck, als last en procuratie hebbende vande wel Edele heer Johan Joseph Ferdinand van Heijdenreijck, borgemeester der stadt en provintie van Mechelen, en vanden wel Edele vrouwe Maria Catharina Theresia van Heijdenreijck, geassisteerd zijnde geweest vanden wel Edele heer Johan de Wit, raad en meester vande Reeckenkaemers van sijn Keijserlijcke en Catholieke Majesteijts haeren man en momboir"
14 januari 1733 (procuratie):
14 november 1733 (attestatie):
6 april 1737 (coopcedulle):
2 februari 1739 (obligatie):
6 januari 1740 (procuratie):
14 april 1740 (procuratie):
2 december 1741 (transport):


Oud Gerechtelijke Archief Hedel

Hieronder volgt een passages opgenomen uit de procesdossiers van de Baronie van Hedel.

"Repliecque aan den Edele gerigte der Baronie van Hedel overgegeven bij ofte van wegens den heere Walter van Heijderijck, der beider rechten licentiaet, als 't regt ende actie bekomen hebbende bij, seccie aan hem gedaan, zo onder signateure op den 18 november 1694, als mede voor notaris en getuijgen binnen Mechelen den 16en dezes hier ook neffens gaande door den heere Pieter Jacques van Heijdenrijck, raadsheer in zijne majesteijts van Spagnier Grooten Rade ende Parlement tot Mechelen, die t`zelve regt ende actie voorgaandelijck vercregen hadde van wijlen den heere Herman van Heijdenrijck hun bij de vader zal, bij wettelijck transport gepasseert voor de schepenen dezer Baronie op den 16en junij 1679 en in dier qualiteijd aan leggere ter eender sijde, jegens den heere Godefroij van Poll, en des zelfs schriftuere van anywoord aan dezen Edele geregte ingedient apud acta verwerdere ter andere"

RAA: Civiele Procesdossiers, inv. nr. 60, H. VAN HEYDENRYCK en G. VAN DER POLL, 1704

huercedulle

Hieronder volgen enkele passages opgenomen uit het notarieel van het Oud Rechterlijk Archief van Dordrecht.

Notaris Justus de Caesteker

"Op huijden den 11 . 12 october 1731 compareerde voor mij Justus de Caesteker openbaar notaris, bij den Hove van Hollandt geadmiteert, binnen den stad Dordregt residerende, ende in presentie vande naargenoemde getuijgen, den eersamen
Jan Matthe, wonende tot Puttershoek, als schriftelijk last ende ordre hebbende vande heeren Johan van Heijdenrijk ende Johan de Witt, beijde wonende tot Mechelen (erfgenamen van wijlen vrouwe Maria Johanna van den Steen weduwe wijle den weledelen heer meester Jacobus van Heijdenrijk, in sijn leven raadsheer inde Hogen Rade tot Mechelen)...”

procuratie

Notaris Leonard Thielens
"Volgens de selve procuratie op den 19 December, des voorleden jaers 1732 gepasseert voor den notaris Leonard Thielens, en seeckere getuijgen binnen de voorzegde stadt Maastrigt residerende, mijn notaris verthoont, ter eente, en den eersaemen
Jan Matthe, tuijnier wonende onder Puttershoeck, als last en procuratie hebbende vande wel Edele heer Johan Joseph Ferdinand van Heijdenreijck, borgemeester der stadt en provintie van Mechelen, en vanden wel Edele vrouwe Maria Catharina Theresia van Heijdenreijck, geassisteerd zijnde geweest vanden wel Edele heer Johan de Wit, raad en meester vande Reeckenkaemers van sijn Keijserlijcke en Catholieke Majesteijts haeren man en momboir, die de selve sijne vrouwe compagne tot het passeren vande voorzegde procuratie heeft geauthoriseert, volgens de selve procuratie, op den 5 november, des voorleden jaers 1732 gepasseert voor Gaspar Mans, notaris bij den Souvrijnen Rade van Brabandt geadmitteert tot Brussel residerende en seeckere getuijgen, welcke procuratie bij burgemeester schepenen, en raad der stadt Brussel op den voorzegde 5de november 1732 behoorlijck met t stads cachet is gelégaliseert,..."

Notaris Laurens van Oosten
Jan Mattheus de Jonge wonende Pietershoek en Michiel van Boxtel wonende Dordrecht als last en procuratie met de macht van substitutie hebbende van Katharina Maria van der Steen bejaarde juffrouw, Maria van der Steen weduwe van Johan Oem van Moesenbroeck en Isabella Maria van der Steen zo voor haar zelven als haar sterkmakende voor haar broer Johan van der Steen en Johan van Heijdenrijk tezamen geïnteresseerden van de polder Nieuw Kleijburg onder Oostvoorne, welke procuratie was verleden op 06-01-1740 voor notaris Jacob Bendt te Dordrecht, maken machtig Johannes Lambertus Scherping Jr. in het proces Kornelis Leenderts Man int Veldt. Getuige Hugo de Klerk.

(Bron: SAVPR: Streekarchief Voorne-Putten-Rozenburg, Notariële archieven, inventarisnr. 1063, procuratie 11-01-1740)

Oostvoorne

Notaris Pieter de Graeff Isaaksz.
Kornelis Bastiaans van der Hoek te Oostvoorne machtigt mr. Matthijs Verschoor, raad en vroedschap van Delft, namens hem voor het gerecht van Oostvoorne te transporteren aan Arie Hogendijk de helft van het Kruiningergors onder Oostvoorne. E.e.a. is comparant op 30-3-1740 getransporteerd door Jan Matthee de oude en Jan Matthee de jonge zonder enige belasting daarop rustende. Vorige eigenaars waren Katharina Maria van der Steen, Maria van der Steen weduwe van Johan Oem van Moesenbroek, en Isabella Maria van der Steen, gezusters, die mede handelden voor hun broer Johannes van der Steen en voor Johan de Wit en Johan van Heidenrijk. Getuige Andries Terwiel.


SAVPR: virtuele atlas: Oostvoorne Caarte vande polder van Oost Voorn (1697) Bekijk de polders Groot-Oosterland, Middeland en Gouthoek, waarin het dorp Oostvoorne en de oude Burcht van de heren van Voorne terug te vinden zijn.

(Bron: SAVPR: Streekarchief Voorne-Putten-Rozenburg, Notariële archieven, inventarisnr. 1051, procuratie 03-02-1744)

Kruiningergors 1889



Boekje: Kruininger Gors n.a.v. het 50-jarig bestaan van de Kruininger Gors in Oostvoorne (1998)



Mw. Heydenreyck doet aangifte van het overlijden d.d. 17-07-1723 van 't kind van de tuinman van mevr. Heydenreyck genaamd Heijndrick van Gastel door Reijgie Cornelisse die ondertekent met een kruis. Pro Deo.
(Bron: SMHW: Gaardersboek van Puttershoek 1723)

Uit deze gegevens blijkt dat Jan Matthee geen tuinman was bij de familie van Heijdenreijck voor 1723.

Dirck Cornelisse Quartel

Jan Matthee, koper en borg bij veiling door Dirck Cornelisse Quartel d.d. 17-04-1741
(Bron: SMHW: RA Gravendeel 20/1741)