R.D. Verhoeven
Volkstellingen
Herkomst en migratie
Historische feiten
Relaties & verhoudingen
Matthei Allaerts
Turnhout
Immigratie
RK trouwboek Bokhoven
Schepenbank
Verkoop huis
Huizenonderzoek
Resoluties
Beroepen
Doopboeken van Hedel
Rekenkamer Gelderland
Dagelijks leven
Boerderij in Hedel
Werken
Pachten van landerijen
Chijsen Hedel 1728-1729
Het groot veer
Huizenonderzoek
Hypothese
Beroepen
veldnamen van Hedel
Polderbelasting
Huwelijk kinderen
Jan & werkgevers
Wonen in Puttershoek
Overlijden
Boedelinventaris
Kerkarchief N.H. Kerk
De Rustenburg
De Oostmolen
Familierelaties
Huizenonderzoek
Reizen
Regenten

Verhuizing van Hedel naar Puttershoek

In 1731 overleed Maria Johanna van Heydenreyck waardoor er het een en andere veranderde. Jan Matthee zou mogelijk kot voor die tijd gevraagd kunnen zijn om daar werkzaamheden voor de families van Heydenreyck en van der Steen te verrichten. Een verhuizing van zijn familie naar Puttershoek was daarbij noodzakelijk.

Naar alle waarschijnlijkheid is zijn gezin al eerder naar Puttershoek vertrokken. Dit zou plaatsgevonden kunnen hebben ergens in het jaar 1730 en voor mei 1731. Dit kunnen we opmaken uit de volgende aanwijzingen.

1. Jan Matthee betaalde géén armenchijsen aan de armen van Hedel meer na het jaar 1729;
2. Hij was niet aanwezig in Puttershoek in mei 1731 voor de overlijdensaangifte van zijn vrouw Cornelia;
3. Den eersamen Jan Matthee, wonende tot Puttershoek, als last en orde hebbende, was aanwezig als getuige op dd. 11 en 12 oktober 1731 voor notaris Justus de Caesteker te Dordrecht voor het opstellen van een huurcedule;
4. 19 December, des voorleden jaers 1732;
5. Den eersaemen Jan Matthe, tuijnier, wonende onder Puttershoeck, als last en procuratie hebbende, was aanwezig als getuige op dd. 14 januari 1733 voor notaris Huijbert van der Wetten te Dordrecht.


Rooms Katholieke Geloof

HET DORDTSCHE MISSIE-EILAND

Heel het Dordtsche eiland behoort onder de beide parochiën van Dordrecht.
Onder de parochie van den H. Bonifatius behooren de burgerlijke gemeenten Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Heerjansdam, Papendrecht, Wijngaarden, Molenaarsgraaf, Oud-Alblas, Alblasserdam en Bleskensgraaf, terwijl de parochie van den H. Antonius van Padua de burgerlijke gemeenten Sliedrecht, Dubbeldam, Puttershoek, Maasdam, s'Gravendeel, Cilaarshoek en Strijen bestrijkt. Daaruit spreekt voldoende dat de beide Dordtsche parochies zich mijlen ver in den omtrek uitstrekken. Naar de vier windstreken staan de grenzen dier beide parochies bij Barendrecht, Schoonhoven, Gorinchem en den Moerdijk. Onnoodig te vertellen dat het moeilijk is om in de geestelijke behoeften der katholiek 'n die over ons Missiegebied verspreid leven, te voorzien. In bijna al de opgenoemde dorpen wonen katholieken, die hunne plichten niet meer waarnemen, omdat zij zoover van de kerk afwonen. Hulp kan hier dus slechts gebracht worden door het stichten van meerdere dezer kerkjes, en het zenden van een grooter aantal geestelijken om de bediening daarvan waar te nemen. In die richting wordt dan ook gewerkt en allereerst kwam aan de beurt het dorp Puttershoek. Oorspronkelijk heette dit dorp Pietershoek, omdat het gelegen was in den H. Pieterspolder. De parochie Puttershoek van vóór de Reforrnatie was daarom toegewijd aan den H. Petrus.
Puttershoek echter is voor de katholieke kerk geheel verloren gegaan; enkele Katholieken woonden er, en deze moesten 's Zondags de moeilijke reis naar Dordrecht onderriemen om hunne godsdienstplichten te vervullen. Daar is echter een verandering in gekomen. In het jaar werd een begin gemaakt met de stichting van een reusachtige cooperatieve suikerfabriek, en omdat in de suiker-industrie bijna uitsluitend katholieke Brabanders werkten, kwam daar op eens een groote gte katholieken met hunne huisgezinnen zich rondom de fabriek vestigen. En er was geen kerk. Er werd onderhandeld en de Directie was zoo welwillend een pakhuisje af te staan, dat eigenlijk bestemd was voor het bewaren van olie en dergelijke artikelen. Fluks werd van eenige planken een altaar getimmerd, eenige banken werden vervaardigd en Puttershoek had weer zijn Roomsch-katholieke kerk. De muren van cement, in den heginne zonder eenige versiering, worden thans gebroken door een allerprimitiefsten Kruisweg. Sieraden of beelden waren in den beginne geheel niet aanwezig, thans zijn er enkele, deels oude afgedankte uit de Dortsche parochiekerk, deels door enkele weldoeners geschonken. Achter het altaar hangt thans een kleed, dat zijn beste dagen gekend heeft en dat aan de zijde van den buitenkant der kerk vol zit met schimmelplakken. De biechtstoel doet tevens dienst als sacristie enz. Naar deze Missiestatie trekt iederen Zondagmorgen de Pastoor of een der kapelaans van de St. Antonius-parochie. Zoowel des zomers als des winters reeds vóór half zeven wordt de tocht aanvaard, die altijd per fiets, slechts bij heel slecht weer per rijtuig wordt afgelegd. Men komt er of over 's-Gravendeel of over de groote Lindt. In beide gevallen duurt de reis een uur, als ten minste het oversteken van de rivier niet te lang ophoudt.

Hoewel Puttershoek behoort onder de parochie van St. Antonius werd het de eerste jaren waargenomen door de kapelaans der St. Bonifatius-parochie, want de nieuwe
parochie had er eenvoudig niemand voor disponibel.

(Bron: Geschiedenis van Roomsch Katholiek Dordrecht tijdens en na de hervorming door Ign. M.P. Wils R.K. pr. Westmalle (B) 1925)